De voorman van Nederland ICT, Bart Hogendoorn, heeft een boodschap. Nederland richt zijn pijlen volgens hem voor een deel op de verkeerde doelen. Dat komt onder andere omdat de mogelijkheden die IT biedt om de business in praktisch alle branches te versnellen worden onderbenut. ‘Een ander probleem is de arbeidsmarkt. Doordat mobiel werken steeds verder oprukt, verandert ook de manier waarop we samenwerken. De regelgeving op de arbeidsmarkt blijft daarbij achter.’
Een van uw voorgangers heeft geprobeerd van de ict-sector een topsector te maken. Dat is mislukt. Wat is nu de inzet van de branchevereniging?
‘Het argument daarvoor was dat de ict-sector als zodanig geen duidelijk afgebakend terrein beslaat. Wij ondersteunen met onze diensten en producten alle bedrijven in Nederland. We zijn een brede versneller. Dat beter op de kaart krijgen kan beter. Moet ook beter. Ict kan een katalysator zijn voor de Nederlandse economie. Wij gaan hier niet het verschil maken met lagere lonen of een rijkdom aan grondstoffen. Het gaat om kennis en de snelle en brede toepassing daarvan. Dan hebben we het ook over zaken als mobiel werken. Nederland kan daar een voorloper in worden. We zijn daarvoor goed gepositioneerd.’
Wat onderscheidt Nederland dat we in staat moeten zijn om met mobiel werken koploper te worden?
‘Nederland heeft een liberale cultuur. Individuele vrijheid en verantwoordelijkheid behoren tot onze traditie. Dat zijn kwaliteiten die nodig zijn om op een volwassen manier om te gaan met de mogelijkheden die deze ontwikkelingen in de IT ontsluiten.’
‘De opbrengsten zijn hoog voor bedrijven én voor de samenleving. Zo kan door het mobiele werken de arbeidsparticipatie van vrouwen veel verder omhoog. In het licht van de vergrijzing is dat echt noodzakelijk. Een ander positief effect is dat mobiel werken bestaande culturele patronen kan doorbreken. De door communicatietechnologie ondersteunde manier van werken begint duidelijk zijn plek in de werkcultuur te krijgen.’
Een van de vragen waarmee het bedrijfsleven worstelt is precies die cultuur. De technologie achter het mobiele werken verandert de manier van werken, de omgangsvormen en raakt zelfs aan de carrièreperspectieven. Is dat een probleem?
‘Dat hoeft geen probleem te zijn. Maar het vraagt wel aanpassingen. Sommige bewust en andere zijn meer sluipend. De toon waarop we communiceren via veel digitale kanalen is bijvoorbeeld informeler geworden. Het taalgebruik is meer staccato. Er zijn mensen die zeggen dat deze manier van contact een verarming is. Dat is onzin. De frequentie van het contact is veel hoger, dus verandert de toon. Het aantal contacten is nu veel groter dan voorheen.’
‘In de manier waarop we samenwerken heeft de mobiele technologie een enorme impact. Door de technologie wordt de span of control van managers veel groter. Maar daarvoor moeten ze wel om kunnen gaan met het gegeven dat hun medewerkers veel meer autonoom zijn. Indien goed toegepast nemen mensen meer verantwoordelijkheid en worden creatiever in hun werk. Op die manier trekt het mobiele werken sporen door alle organisaties. Het verandert ze. Dat betekent uiteindelijk dat er minder managers nodig zullen zijn om een organisatie toch als een geheel te laten functioneren. Per saldo zal een groter deel van de mensen concreet bijdragen aan het resultaat. We krijgen minder chiefs en meer indians. En ook dat is per saldo goed voor de Nederlandse economie.’
Toch is het economisch herstel broos. Waarom plukken we nu nog niet alle productieve vruchten van de mobiele technologie?
‘Dat heeft meerdere redenen. Maar als ik kijk naar onze eigen sector, dan zie ik een belangrijke beperking in de arbeidsmobiliteit. Bedrijven hebben die mobiliteit nodig om in de wereldeconomie goed te kunnen concurreren. Het rigide arbeidsrecht helpt hier niet. Wie eenmaal een vaste baan heeft laat die niet snel meer los. De ontwikkelingen gaan snel en mensen moeten zich blijven ontwikkelen om goed mee te kunnen.’
‘Dat klinkt heel dreigend, maar vaak wordt over het hoofd gezien dat er nu al schaarste is aan gekwalificeerde mensen. Voor werkgevers is het vanzelfsprekend om in de verdere ontwikkeling van mensen te investeren. Dus het doemscenario dat sommige vakbonden schetsen, dat deel ik niet. Mensen die bij ons werken groeien verder, doen vaardigheden en kennis op. Het is die bagage waarmee ze gewapend zijn op de arbeidsmarkt. We moeten af van het idee van baanzekerheid. Het gaat om werkzekerheid. Die omslag, die ook nodig is zodat iedereen de vruchten van het mobiele werken kan plukken, gaat komen. Maar het is beter als we dat snel doen. De wereld staat niet stil.’
Over Bart Hogendoorn
Bart Hogendoorn is de voorman van Nederland ICT. Deze branchevereniging vertegenwoordigt met 560 leden 80 procent van de markt. Die bedrijven hebben een gezamenlijke omzet van 30 miljard euro en bieden werk aan 250.000 mensen. Naast voorzitter van de branchevereniging is Hogendoorn ook directeur van HP Nederland, maar voor dit interview zat hij op de stoel als voorman van Nederland ICT.
